Tentoonstelling 40 jaar Beernemse Kantclub De Beertjes

José Cocquyt, voorzitster van de Beernemse Kantclub De Beertjes, introduceert Patricia Waerniers (schepen van cultuur) en Carlos Croene (voorzitter van de Beernemse Cultuur-en Erfgoedraad) in de wereld van het kantklossen.

"Veertig jaar al houdt Kantclub De Beertjes het eeuwenoud ambacht ‘kantklossen’ in ere en kan de geïnteresseerde Beernemnaar er zich uitleven met klossen en draden. Ook het kantklossen binnen kantclub De Beertjes evolueerde mee met de tijd, en is van een ambacht uitgegroeid tot een echt kunst-ambacht, met heel wat ruimte voor originaliteit en creativiteit. Deze evolutie is ook te zien op deze rijke tentoonstelling!" , aldus schepen van cultuur Patricia Waerniers op de opening van de tentoonstelling n.a.v. de 40ste verjaardag van Kantclub De Beertjes.


40 jaar Kantclub De Beertjes!


Veertig jaar al kan de geïnteresseerde Beernemnaar zich uitleven met klossen en draden in Kantclub De Beertjes. De kantclub, die in 1979 werd opgericht door de KVLV (vzw Katholiek Vormingswerk voor Landelijke Vrouwen) en later in eigen beheer verdergezet (op initiatief van Maria-Madeleine Lemahieu), heeft al een lange weg afgelegd.



Zoals elke vereniging waren er de ups en de downs:

- er waren de vele demonstraties in onze regio maar ook in het buitenland,

- in de topperiode waren er niet minder dan 90 leden,

- er waren de tentoonstellingen ter gelegenheid van o.a. de 20ste verjaardag…

De Kantclub had diverse huisvestingen: op de zolder van het klooster, in St-Lutgart, in de conciergewoning 't Fort,…en nu in Mirte. Vijf jaar geleden werd een voorzitter gezocht. En toen engageerde José Cocquyt zich om die rol op te nemen. Er zijn nu ongeveer 30 leden.


Voorzitster José Cocquyt, al 5 jaar de stuwende kracht achter Kantclub De Beertjes, met haar echtgenoot Walter Vanbaelenberghe.

De Kantclub viert dit jaar zijn 40ste verjaardag. Er is ook 1 lid die zelf al 40 jaar lid is, en er dus van in de beginnen bij is: Erna Lefevre uit St-Joris!


Erna Lefevre uit St-Joris werd op de opening van de tentoonstelling '40 jaar Kantclub De Beertjes' in de bloemen gezet als enige lid die er van bij het begin van Kantclub De Beertjes bij is!

De geschiedenis van kantklossen


De geschiedenis van kant gaat terug tot in de vijftiende eeuw. Het is echter niet duidelijk of de roots in Vlaanderen of in Venetië lagen. Het vervaardigen van kantwerk is een eeuwenoud ambacht. De kantproductie en de kennis erover verspreidde zich over Europa en de wereld. Via overlevering van moeder op dochter werd de kennis en vaardigheid overgedragen van generatie op generatie.



Kantklossen om den brode


In de 19de eeuw kreeg het kantklossen in onze regio een belangrijke economische functie. Want in die tijd (19de eeuw, die in Vlaanderen zoveel armoede kende o.a. door de teloorgang van de traditionele linnennijverheid), waren vele vrouwen genoodzaakt om zich thuis dagelijks als kantwerkster uren te buigen over hun kantkussen. Met de opbrengst van hun werkjes konden ze het karige gezinsinkomen wat opdrijven.



Vaak moesten ook jonge meisjes, zelfs van in hun kinderjaren, de kantklosjes leren hanteren om mee voor het dagelijks brood van het gezin te helpen zorgen. In onze contreien werden toen overal spellewerk- of kantwerkscholen opgericht waar jonge meisjes het maken van kantwerk werd aangeleerd. De kantwerkscholen waren dus bedoeld als een middel om de gevolgen van de economische crisis, die in het midden van de negentiende eeuw vooral het Oost- en West-Vlaamse platteland trof, te verzachten. Jongeren genoten er onderwijs, leerden ‘een vak’ én droegen bij tot het gezinsinkomen.


Maud leer kantklossen! Gelukkig kunnen kinderen nu kantklossen 'voor het plezier'. Vroeger moesten ze dit vaak doen om bij te dragen aan het gezinsinkomen.

In die kantwerkscholen bleek de combinatie van leren en werken een moeilijke evenwichtsoefening. In volle economische crisis - wanneer het voor arme gezinnen van wezenlijk belang was dat alle kinderen een inkomen verdienden - sloeg de balans door in de richting van 'werken'. De kinderen brachten veel tijd door in het kantatelier. ' Leren' kwam op de tweede plaats of soms zelfs helemaal niet aan bod. Een aantal leerlingen verliet de kantschool dan ook zo goed als ongeletterd.