(Oude) benamingen van ‘paadjes & voetweggetjes’

Bijgewerkt: 11 feb 2019


Marjan Lootens en Patricia Waerniers in de zogenaamde 'Lijkdreef' in Beernem.

Op de gemeenteraad van 24 januari 2019 deed nieuw raadslid Marjan Lootens (CD&V) me een goede suggestie in functie van het erfgoedbeleid:


“Heel wat kleine buurt- of voetwegen hebben een (volks-)naam of hadden die in het verleden. Mensen uit de directe buurt kennen die naam vaak nog wel, maar toch zijn er heel wat namen in onbruik geraakt. Jammer, want die namen vertellen ons heel wat over de eigenheid van een dorp. Het zijn getuigen van oude verbindingen tussen of naar dorpskernen (kerkwegels), van vroegere doorgangen voor landbouwers (karrensporen), van wegen die werden gebruikt om boten voort te slepen (jaag- en dijkpaden op oeverstroken) of van verdwenen trein- en tramverbindingen. Deze weggetjes of paadjes worden soms gebruikt als veilige verbinding door zachte weggebruikers. Ze bieden, zeker voor korte afstanden, een alternatieve en verkeersveilige route voor bijvoorbeeld schoolgaande kinderen. Maar zeker voor recreatieve doeleinden wordt nu vaak gebruik gemaakt van deze buurtweggetjes. Het aanbrengen van een uniform, over de ganse gemeente verspreid, naambordje op deze weggetjes zou die ‘volksnaam’ (die anders misschien dreigt verloren te gaan) opnieuw bekendheid geven. Bovendien zou dat weggetje ook meer zichtbaarheid krijgen.”


Deze suggestie sluit volledig aan bij het ‘ontwerp-bestuursakkoord’, waarin we schrijven dat “we ook extra willen inzetten op ruraal erfgoed (bv. kapelletjes, trage wegen, houtig erfgoed…), vermits dit beeldbepalend is voor onze plattelandsgemeente.”

Ik overweeg voor deze suggestie eenzelfde aanpak als bij het project ‘hoevenaamborden’ waar ik in 2010 als schepen van erfgoed samen met Martine De Roo, toenmalig schepen van landbouw, mijn schouders onder zette. Er werden toen meerdere doelen bereikt. Eerst en vooral werd d.m.v. het hoevenaamborden-project gewerkt aan de culturele identiteit van de landbouwers, want via samenwerking met de Landbouwraad werd draagvlak en ownership gecreëerd. Ten tweede werd ons landelijk erfgoed (m.n. onze hoeves) in de kijker gezet voor de eigen bewoners en uiteraard ook voor de toeristen. Tenslotte is er voor de geïnteresseerden in onroerend erfgoed ook een diepgaandere uitleg beschikbaar in een begeleidend boekje, waaraan de heemkring toen heeft meegewerkt. Deze werkwijze bleek zeer succesvol, en is zeker voor herhaling vatbaar: d.w.z. een samenwerking tussen cultuurdienst, cultuur-en erfgoedraad, de heemkring Bos & Beverveld en de Cultuurhistorische Kring St-Joris en de landbouwraad. (Lees verder onder de folder)


Het idee van hoevenaamborden is eigenlijk al ongeveer 40 jaar geleden voor het eerst in Oedelem uitgewerkt door de Heemkundige Kring Bos en Beverveld samen met de Landelijke Gilde Oedelem, o.l.v. toenmalig schepen van landbouw Andre Van Belleghem. Een gelijkaardige actie gebeurde later ook in Beernem en St-Joris, doch met andere borden. In het voorjaar 2008 gaf de Heemkundige Kring de suggestie aan mij om deze hoevebenamingsactie opnieuw te realiseren. Enerzijds omdat de meeste naamborden verdwenen zijn, anderzijds omdat de 3 gemeentes (Beernem, Oedelem, St-Joris) ondertussen gefusioneerd zijn tot één gemeente Groot-Beernem en een eenvormig bord voor de 3 gemeenten ook een beter effect zou creëren. Het project ‘hoevenaamborden’ in 2010 was daar het resultaat van.


Uiteraard wil ik nu ook bekijken hoe ik het mogelijke project ‘namen oude weggetjes & paden’ financieel kan aanpakken. Het hoevenaamborden-project werd in 2010 deels financieel ondersteund door de gemeente, er was ook financiële steun van CERA en de provinciale landbouwkamer, maar ook de eigenaars van een hoeve betaalden mee in hun hoevenaambord.


Ik bekijk de komende maanden graag de haalbaarheid van het voorstel. Ook de aanvullende suggestie van oppositie-raadslid De Grande, nl. om ook ‘beken’ in dit project mee te nemen, vind ik zeer waardevol.

54 keer bekeken