top of page

Nederlands Kustpad - etappe 2b: van Breskens naar Zoutelande

  • 3 mei
  • 14 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 1 jun


Vooraleer de volgende wandeletappe naar Zoutelande te beginnen, speur ik nog wat rond in Breskens. De bunkers die ik in de vorige etappe kon bewonderen, laten me immers niet los. Er zijn in het centrum nog wat bunkers te vinden die deel uitmaakten van de Atlantikwall (zie vorige etappe). Ik wil er nog even enkele bekijken, en gelukkig zijn ze gemakkelijk te vinden. De bunker op de derde foto is gelegen op het voormalige oude Nederlandse fort Frederik Hendrik dat door de Duitsers als onderdeel van de Atlantikwall werd omgebouwd door Stützpunkt Hendrik.


foto 1: Hoofdplaatseweg; foto 2: Oude Rijksweg; foto 3: Landal Park Nieuwesluisweg 1



Kunst in Breskens


Tijdens mijn wandeling door het centrum valt er me nog iets op. In Breskens zijn vele kunstwerken in de openbare ruimte te bewonderen, die vaak ook bijzondere speelelementen zijn waarop kinderen kunnen klimmen of glijden. Deze kunstwerken (zoals bv. het (speel)sardineblik bij de vismijn en de drie enorme fantasievissen op het Spuiplein van Albert Kramer) etaleren bovendien de binding met de zee.




Op een 6,2km lange wandeling 'Beelden in Beeld' kan je meer dan 15 kunstwerken ontdekken.


 


Met de opvallende, monumentale sculptuur met de titel Maritiem Kunstwerk van William Sweetlove beschikt Breskens sinds 2010 over een internationale blikvanger, die een onvergetelijke indruk achterlaat bij de bezoekers van Breskens.


William Sweetlove (Oostende, 1949) is een Belgische non-conformistische kunstenaar die sinds 2003 deel uitmaakt van het Noord-Italiaanse kunstcollectief Cracking Art. Zij gebruiken in hun werk een basismateriaal, een procedé van plastic geproduceerd via een thermisch-chemische reactie (cracking) in natuurlijk ruwe olie . Het basismateriaal is dus gemaakt uit een natuurlijke grondstof dat eeuwig kan blijven bestaan, maar dat wel -desgewenst- te recycleren valt. Het werk bestaat uit een stellage van balken waarop twaalf ruim twee meter hoge rode pinguïns zijn geplaatst. De pinguïn is een wild en mystiek zeedier, dat symbool staat voor een ongerepte en beschermde natuur. Hij is intelligent, weet zich aan te passen aan de omgeving en leeft in harmonie met de natuur. Rood is de signaalkleur die aanzet tot nadenken en waarschuwt voor de gevolgen van de klimaatverandering.


De Cracking Art groep is wereldwijd bekend geworden met hun spectaculaire installaties met grote, felgekleurde dieren (zoals slakken, pinguïns, konijnen) die op onverwachte stedelijke locaties verschijnen. In Breskens duikt de rode pinguïn ook nog op andere plaatsen in het straatbeeld op.



De kunstwandeling passeert ook aan de Veerhaven, waar de veerboot vertrekt en aankomt. Een mooi kunstwerk van Chris Ferket staat hier in het zicht van de vele passanten. Dit geeft aan de bezoeker van Breskens meteen de artistieke touch waar deze ku(n)stgemeente voor staat en in investeert.

Ik laat het aangename Breskens achter me... op naar 'de overkant'!



Naar 'de overkant'


Voor de inwoners van Zeeuws-Vlaanderen (~het Nederlands gebied onder de Westerschelde) was Breskens decennialang de enige verbinding met 'de overkant' via de veerboten. Breskens was aldus een bruisend knooppunt van reizigers, want er waren zo goed als geen alternatieven. Tot 1972 kon je meer oostwaarts ook vanuit Terneuzen naar Hoede­kens­kerke met de veerboot en er was ook een veer tussen Kruiningen en Perkpolder.

Het veer Breskens-Vlissingen is één van de oudste veerdiensten in Zeeland. De geschiedenis van deze veerdienst voert terug tot 1574. Toen stelde de vrijheer van Breskens een veerschipper aan om met zijn steigerschuit van Breskens op Vlissingen te varen. 

Tot ver in de negentiende eeuw maakte de veerdienst gebruik van roei- of zeilschepen of combinaties daarvan, vanaf 1828 aangevuld met vaartuigen die door stoommachines werden aangedreven. Zo evolueerde de veerdienst verder mee met de tijd tot een autoveerdienst tussen Breskens en Vlissingen. 



In 2003 werd in Terneuzen echter de Westerscheldetunnel geopend. Toen werd het veer Vlissingen-Breskens gesloten voor autoverkeer, maar ging door als een fiets- en voetveer. Auto's moeten voortaan door de tunnel wat voor inwoners van Walcheren en westelijk Zeeuws-Vlaanderen vaak een tientallen kilometers lange omweg betekent.




Deze nieuwe verkeerssituatie sinds 2003 had  grote gevolgen voor Breskens. Het dorp veranderde van een levendig overstappunt naar een doodlopende kustplaats. Wie er niet moet zijn, passeert er niet. De directe stroom van toeristen en winkelpubliek die vroeger in Breskens wachtten op de veerboot, viel weg. Dit leidde tot een economisch moeilijke periode voor de lokale ondernemers.

 


Spoor-loos Zeeuws-Vlaanderen?


Onder de Westerschelde zijn er op Nederlands grondgebied geen tram-of spoorlijnen voor personenvervoer aanwezig. Of toch niet meer, want ooit waren er! De aanleg van tramlijnen begon in het westen van Zeeuws-Vlaanderen. De Stoomtram Maatschappij Breskens-Maldeghem (SBM) opende op 9 mei 1887 haar stamlijn Breskens-Maldegem. Later volgde in 1925 ook nog een verbinding Breskens – Cadzand Dorp.



In 1914 werd een bijzondere tramlijn Sas van Gent – Ijzendijke geopend. Wist je dat dit toen de eerste landverbinding was op Nederlands grondgebied tussen West- en Oost-Zeeuws-Vlaanderen?  De zeearm de Braakman deelde immers Zeeuws-Vlaanderen lange tijd in tweeën. De tramlijn Sas van Gent – IJzendijke maakte de eerste landverbinding tussen beide delen over land.  Voor die tijd kon je alleen via België reizen. In 1952 werd de Braakman afgesloten van de Westerschelde waarmee Zeeuws-Vlaanderen bij de Watersnoodramp van 1953 waarschijnlijk groter onheil bespaard is gebleven.

 


De veerboot is voor het toerisme nog steeds belangrijk. Het bezorgt fietsers en wandelaars een vlotte ontsluiting van Oost-Zeeuws-Vlaanderen naar Walcheren. De afstand bedraagt iets meer dan 5km. Wist je dat die afstand vroeger ook zwemmend werd overbrugd? In 1930 werd de zogenaamde Scheldebeker-zwemwedstrijd voor het eerst georganiseerd. In 2027 komt er wellicht opnieuw een editie: zie home | De Scheldebeker




Land in zicht!



Als je met de ferry de haven van Breskens uitvaart en de oversteek maakt, zie je de bijzondere skyline van Vlissingen langzaam groter worden. Vlissingen is de enige Nederlandse stad die direct aan de open zee ligt.  De aankomst vanaf het water biedt hierdoor een maritiem uitzicht waarbij elementen van oorlogserfgoed, havenindustrie en toerisme overheersen.



Het Keizerbolwerk is zowat het centrum van de skyline van Vlissingen. Dit oorlogserfgoed bestaat uit een robuuste, halfronde vestingmuur van zware natuursteen die direct oprijst uit het water. Erboven staan nu het standbeeld van Michiel de Ruyter en een klein, karakteristiek rood-wit geschilderd, gietijzeren vuurtorentje.




Vlissingen: de sleutel van de Nederlanden


Keizer Karel V (1500–1558), de machtigste vorst van de 16e eeuw, zag Vlissingen als de absolute militaire poort naar de Nederlanden, vanwege de strategische ligging op het kruispunt van de Noordzee en de Westerschelde.  Wie Vlissingen in handen had, controleerde de vitale scheepvaartroute naar de rijke handelsstad Antwerpen.



Vanwege dreigende oorlogen met Frankrijk en Engeland gaf Karel V in 1548 opdracht om de Vlissingse zeedijk zwaar te versterken. Onder leiding van een Italiaanse vestingbouwer, nl. Donato de Boni di Pellizuoli, werd een robuust verdedigingswerk gebouwd dat vandaag de dag nog altijd bekend staat als het Keizersbolwerk. Deze vestingbouwer was ook de bouwmeester van de Spaanse omwalling in Antwerpen, het Spanjaardenkasteel in Gent, de Citadel van Namen en van het iets verder in het binnenland gelegen Fort Rammekens bij Ritthem.  


Oorlogserfgoed in Vlissingen


Ook Napoleon maakte gebruik van de belangrijke strategische ligging van Vlissingen aan de Westerschelde en liet er tussen 1810 en 1812 verschillende versterkingen aanleggen, o.a. de Oostbeer en de Westbeer.



In de Tweede Wereldoorlog bouwden de Duitsers de nodige bunkers, die soms nog in kelders zijn terug te vinden. Bij Uncle Beach, het gebied rond de Oranjemolen, kwamen de geallieerden in 1944 aan land tijdens de slag om de Westerschelde in de Tweede Wereldoorlog. De benaming Uncle Beach komt van de codenaam 'Uncle' waarbij in het militaire Able Baker-alfabet van de geallieerden de letter U stond voor Uncle.



Er werd een hevige strijd geleverd en de geallieerden maakten dankbaar gebruik gemaakt van de Vlissingse Oranjemolen met zijn witte buik als belangrijk oriëntatiepunt tijdens de landing. De korenmolen, tevens de dichtst bij zee staande molen van Nederland, staat er al zo'n drie eeuwen en heeft in zijn lange leven al een hoop te verduren gehad. Zo bevindt er zich nog een kogel afkomstig van de Engelse vloot in 1809 in de zuidwestkant van de molenmuur.



Vlissingse 'poort' naar de wereld: komen en gaan…


Nadat een vermoeide en door jicht gekwelde Keizer Karel in 1555 in Brussel officieel afstand had gedaan van de troon, bereidde hij zijn reis naar een Spaans klooster voor. Na een kort verblijf op het nabijgelegen kasteel van West-Souburg, stapte hij op 15 september 1556 in Vlissingen aan boord van een vloot richting Spanje. Via Vlissingen, zijn ‘sleutel tot de Nederlanden’ liet hij zijn Keizerbolwerk achter zich om daarna nooit meer terugkeren naar de Nederlanden.


Dit is Vlissingen: mensen komen, mensen gaan. Zeker vroeger bracht de ligging aan zee dit met zich mee. Want lange tijd was reizen enkel mogelijk te voet, te paard of via het water. Voor degenen die weg wilden kon Vlissingen soelaas bieden.



Niettegenstaande de trans-Atlantische passagiersvaart er nooit zo groot geworden is als die vanuit Rotterdam, voeren er vele houten zeilschepen vanuit de Vlissingse haven de wijde wereld in.

  • In de 17de en 18de eeuw de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602-1800) en de West-Indische Compagnie ( 1621-1791)

    (meer info: www.zeeuwseankers.nl/verhaal/concurrentie-en-compagnie)

  • Bij de grote emigratiegolf in de 19de eeuw voeren er incidenteel schepen vanuit Vlissingen met landverhuizers naar locaties als Boston, New York en Baltimore. De meeste Zeeuwse landverhuizers vertrokken evenwel vanuit Rotterdam en Antwerpen.

    Het waren vooral boeren, ambachtslieden en dagloners op zoek naar een beter bestaan. Vaak kwamen ze in groep aan en bouwden ze als het ware een nieuw dorpje uit op een plek. Die plaatsen kregen vaak een naam met een link naar hun Nederlandse roots. Zo werd op het eiland Manhattan (NY) een nieuwe nederzetting gevestigd: Vlissingen (~Flushing). De wijk is nu bekend van het tennistoernooi van Flushing Meadows. Op deze ‘Vlissingse’ weides komt de wereldtop jaarlijks in augustus bij elkaar voor de U.S. Open. 

  • Het bij de Vlissingse scheepswerf De Schelde gebouwde iconische luxeschip, de Willem Ruys, vertrok in de late jaren 50 en vroege jaren 60 incidenteel vanuit de Buitenhaven van Vlissingen voor trans-Atlantische reizen en cruises richting Noord- en Zuid-Amerika. 

  • Vandaag de dag varen er geen passagiersschepen meer naar Amerika, maar de haven (onderdeel van North Sea Port) vervult nog wel een cruciale trans-Atlantische functie. De haven van Vlissingen is door het Amerikaanse leger officieel aangewezen als een van de belangrijkste strategische overslaghavens (Gateway to Europe).


In een haven vertrekken niet alleen mensen. Sommigen kwamen hierheen omdat ze mogelijkheden zagen om zich in Zeeland te vestigen. Zeeland stond bekend als een tolerant gewest, dat voor velen een veilig toevluchtsoord bood. Groepen immigranten vestigden zich permanent in Zeeland. Ook waren er soldaten, kooplieden, schippers en seizoensarbeiders in de landbouw, die vanwege hun werk tijdelijk in het Zeeuwse verbleven.


Los van de haven, was het 'neutrale' Vlissingen tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijk toevluchtsoord voor een grote stroom Belgische oorlogsvluchtelingen. Zij ontvluchtten het vernietigende Duitse oorlogsgeweld dat steden zoals Leuven, Antwerpen en Oostende trof na de schending van de Belgische neutraliteit.


Eén van deze oorlogsvluchtelingen was de Antwerpse kunstschilder Ger(ard) Jacobs. In 1914 week hij uit naar Nederland. Eerst woonde hij in Zoutelande en daarna in Vlissingen. Hij zou er na de oorlog blijven wonen in een huis op de Vlissingse boulevard. In 1920 waren hij en zijn vrouw medestichters van de Nederlandsche kunstkring "Het Zuiden". De eerste gezamenlijke tentoonstelling opende op 19 juni 1920 in het Badpaviljoen. Rondom Jacobs en de kunstkring ontstond een bescheiden stroming in de schilderkunst die 'Scheldeluminisme' wordt genoemd.

Donderbui boven Vlissingen (van Gerard Jacobs)
Donderbui boven Vlissingen (van Gerard Jacobs)

Dankzij de kring ontstond er een levendige uitwisseling met de bekende kunstenaarskolonie in het nabijgelegen Domburg. Grote namen zoals Jan Toorop exposeerden via Het Zuiden hun werk in Vlissingen. Het Maritiem Muzeeum Zeeland in Vlissingen heeft zijn bekendste werk ‘Donderbui boven Vlissingen’ in hun bezit.   



De langste zeepromenade en de verdwenen pier van Vlissingen


Aan het einde van de 19e eeuw werd een voorzichtig begin gemaakt van het toerisme in Vlissingen. Aanvankelijk met de bouw van een bescheiden badpaviljoen maar in 1886 met de bouw van het Grand Hôtel des Bains op de boulevard (het latere Hotel Britannia). Er kwamen meer badkoetsen en de Badhuisweg werd aangelegd. Na de bouw van dit prestigieuze hotel volgde gestaag de overige bebouwing van wat de boulevard zou worden.


De boulevard in 1886 en nu.


De boulevard van Vlissingen is met een lengte van zo'n vijf kilometer de langste zeepromenade van Nederland. Wat deze plek uniek maakt in Europa is dat de diepe vaargeul van de Westerschelde pal langs de dijk loopt, waardoor gigantische zeeschepen op slechts enkele honderden meters langs de terrassen en stranden varen.



Een visionaire en voor het toerisme belangrijke Vlissinger was burgemeester C.A. van Woelderen. Hij was de burgervader van Vlissingen van 1919 tot 1945. In de jaren 30 (van de 20ste  eeuw) wilde hij de economie van de stad vergroten op basis van de drie pijlers toerisme, haven en industrie. Om het toerisme te stimuleren stimuleerde hij in de jaren twintig reeds de aanleg van een vliegveld in het noorden van Vlissingen. Met de realisatie van een Wandelpier in 1936 kwam een belangrijke hefboom voor het toerisme. De pier stak vanaf Boulevard Bankert 150 meter de Westerschelde in en op de kop stond een horecapaviljoen. De pier was echter geen lang leven beschoren, want tijdens de Tweede Wereldoorlog braken de Duitse bezetters hem grotendeels af. 


De Wandelpier in 1937
De Wandelpier in 1937

Ook de aanleg van een fietspad was een goede zet. Fietsen was in de eerste decennia van de vorige eeuw langzaam op gang gekomen en burgemeester Van Woelderen zag in deze nieuwe discipline mogelijkheden. Walcheren had toen geen fietspaden. Begin 1926 werd het plan voor het eerste fietspad in de gemeente Vlissingen gepresenteerd door Van Woelderen, ondertussen voorzitter van de ‘Vereeniging Rijwielpad Walcheren’. Het fietspad vanaf het Nollebos richting Valkenisse zou 6 kilometer lang worden en 1,30 meter breed.


Vlissingen ontwikkelde zich tot badplaats mede dankzij goede logistieke verbindingen via spoor en tram (met Middelburg), stoomboot (met Engeland) en ook Belgische dagjestoeristen via de boot vanuit Terneuzen (en Terneuzen was via het spoor verbonden met Mechelen en Gent). De stad positioneerde zich via strategische marketing duidelijk als badplaats.




Failliete gemeente !?


Niettegenstaande in het verleden vele vorsten, bevelhebbers of heersers spreekwoordelijk ‘veel geld zouden gegeven hebben’ voor Vlissingen omwille van haar strategische top-ligging, verkeerde de gemeente Vlissingen jarenlang in een situatie die in feite neerkwam op een financieel faillissement. Sinds 2015 kreeg de stad de zogenoemde Artikel 12-status. Dit is een noodgreep voor Nederlandse gemeenten die hun begroting niet meer sluitend krijgen en hun schulden niet meer zelfstandig kunnen afbetalen. De financiële problemen ontstonden vooral door enorme verliezen en risico's bij de herontwikkeling van de voormalige scheepswerf, nl. de grote bouwprojecten in het Scheldekwartier. De schuld was eind 2014 opgelopen tot ruim 230 miljoen euro. Door de Artikel 12-status kwam Vlissingen onder streng financieel toezicht van het Rijk te staan. De gemeente kreeg jaarlijks extra geld uit het Gemeentefonds, maar verloor de zeggenschap over de eigen portemonnee; bijna elke uitgave moest vooraf worden goedgekeurd. Ook moesten de lokale lasten voor inwoners aanzienlijk omhoog. Na tien jaar van saneringen en bezuinigingen is de situatie spectaculair verbeterd. Per 1 januari 2025 is de Artikel 12-status officieel beëindigd, waardoor Vlissingen na een decennium weer "op eigen benen" mag staan.

Maar voor de buitenstaanders (~toeristen) is deze financieel heikele periode gelukkig niet (meer) voelbaar of zichtbaar. Het was volop genieten op mijn wandeling langs de lange Vlissingse boulevard!




Bekende Vlissingers


Michiel de Ruyter (1607–1676) is de grootste zeeheld van het land. Hij was een geboren en getogen Zeeuw. Tot zijn verhuizing naar Amsterdam in 1655 woonde De Ruyter in Vlissingen. Daarom wordt in Zeeland ruimschoots aandacht besteed aan leven en werk van een van de bekendste Zeeuwen. Maar ook in het buitenland is hij beroemd. Hij is onderwerp van menig schilderij en komt terug in alle boeken over vaderlandse geschiedenis. Zijn verhaal is een mooi voorbeeld van een jongensdroom die waarheid is geworden. Michiel De Ruyter wordt in Vlissingen niet alleen met een standbeeld vereerd maar er is ook een stuk boulevard naar hem genoemd. 




De twee andere delen van de boulevard kregen ook de naam van een beroemde Nederlandse zeeheld die een band heeft met Vlissingen en Zeeland:

  • Boulevard Banckert, genoemd naar Adriaen Banckert (ca. 1615-1684), een zeventiende-eeuwse admiraal uit Vlissingen

  • Boulevard Evertsen vormt het verste van het centrum gelegen deel en is genoemd naar Johan Evertsen (1600–1666):, een belangrijke 17e-eeuwse admiraal

 

Op de lange zeeboulevard kan je leuke dingen ontdekken. Wandelend vanaf het standbeeld van De Ruyter richting Zoutelande o.a.:

  • een tijdlijn die enkele belangrijke momenten in de geschiedenis van de gemeente Vlissingen toont

  • de getijdenklok aan kantoor Loodswezen Vlissingen

  • standbeeld Frans Naerebout (zie verder)

  • de Gevangentoren

  • een Levensboom

  • de plaats waar vroeger Hotel Britannia stond

  • Koopvaardijmonument (op het pleintje op het einde van de boulevard)

  • een Windorgel (op het einde van het Nollehoofd)



Het Zeeuwse stadje heeft nog een andere zeeheld voortgebracht: Frans Naerebout (1748–1818). Hij was in tegenstelling tot zijn plaatsgenoot geen vermaard admiraal, maar een loods en mensenredder. Hij werd bekend vanwege zijn gedurfde expedities om de opvarenden van gestrande schepen te redden. Zijn grootste bekendheid verwierf Naerebout met de redding van 88 opvarenden van het VOC-schip Woestduyn. Door zijn vele jaren als visser raakte Naerebout zeer goed bekend met de wateren en de ligging van de zandbanken rond Zeeland, waardoor hij ook als loods zijn brood kon gaan verdienen.

Vlissingen vereert hun bekende loods met enerzijds een pleintje dat naar hem genoemd is, en anderzijds een standbeeld op de Boulevard De Ruyter.  Misschien nog meer eervol is zijn vermelding in het Zeeuws Volkslied: www.zeeuwseankers.nl/verhaal/zeeuws-volkslied




Het bruisende Bellamypark


Van liederen gesproken…  Een leuke plek in Vlissingen (heel dicht bij de boulevard) waar vaak muziek en gezang te horen is, zeker in het zomerseizoen tijdens allerlei evenementen en festival, is het Bellamypark. Hier bruist het altijd.



Cafés en restaurants maken deze plek tot een van de meest levendige in Vlissingen. Dit plein is nog maar ruim een eeuw oud is. Voorheen lag hier de Oude Haven waar eeuwenlang vissers- en koopvaardijschepen de levendigheid brachten. De mooie gevels van het Bellamypark vertellen elk een stukje geschiedenis van de stad.





De naam van het plein komt van de op nummer 30 geboren Jacobus Bellamy (12 november 1757). Hij kwam uit een gezin dat tot de middenlaag van de bevolking hoorde en zou naam maken met zijn gedichten. Samen met Betje Wolff (1738–1804), ook afkomstig uit Vlissingen, is hij een representant van het culturele en wetenschappelijke klimaat dat toentertijd in Vlissingen heerste.

Een verwijzing naar Jacobus Bellamy zien we in het standbeeld Dichter in het Park, dat sinds 2014 op het Bellamypark staat.







Ook andere helden van Vlissingen worden hier geëerd. Met een bronzen fontein die in 1884 werd onthuld, worden Betje Wolff en Aagje Deken geëerd. Ze hadden totaal verschillende karakters, maar hun blik op de wereld was ongeveer dezelfde: kritisch en als het moest sarcastisch. En nog belangrijker: ze hadden beiden groot literair talent en vormden samen een talentvol schrijversduo. (meer info: www.zeeuwseankers.nl/verhaal/betje-wolff-1738-1804)



Via Scaldea


Langs het Bellamypark passeert een pelgrimsroute (de Via Scaldea = 'de Schelde-weg') naar Santiago de Compostela. De Sint-Jacobskerk, vlakbij het Bellamypark gelegen, maakt immers sinds 1998 weer onderdeel uit van de Compostelaroute. Wie de traditionele 'camino' (pelgrimstocht) maakt, kan hier een stempel verkrijgen (zie Cultuurpodium Sint Jacobskerk Vlissingen - De Geschiedenis).




Buiten in een nis van de Sint-Jacobskerk staat (sinds 2022) een vier meter hoog pelgrimsmonument, ontworpen door Hans Bommelje (die ook een pelgrimsfles creëerde). Rondom het monument staan vier sokkeltjes met daarop: een windroos met richting en afstand, een QR-code met het verhaal van Santiago en een bronzen Sint-Jacobschelp. Met dit monument wil Vlissingen zich meer profileren als doorgangsplaats op de 'camino'.


Mijn 'camino' is geen pelgrimstocht, maar een tocht om de Nederlandse kust te leren kennen en te beleven. Ook de lokale lelkkernijen horen daar uiteraard bij. Om de innerlijke mens te versterken neem ik een lekker visgerecht in het strandpaviljoen op het einde van de boulevard. Smakelijk!




De duinen in richting Valkenisse


Aan de Nollepier laat ik Vlissingen achter me, maar niet vooraleer op het einde van de lange Vlissingse boulevard mijn ogen nog eens goed de kost te geven.

Het laatste huis van de rij springt meteen in het oog: het 'Wooldhuis' werd tussen 1930-1932 gebouwd als representatieve villa voor de toenmalige (eerder in mijn tocht vernoemde) burgemeester C.A. van Woelderen. De woning is van architectuurhistorisch belang als vertegenwoordiger van de Interbellum-architectuur.

Het Koopvaardijmonument is een opvallend kunstwerk en is inmiddels een geliefde, speelse plek voor kinderen. Het monument werd ontworpen door Wessel Couzijn en herdenkt de ruimt 3500 Nederlandse zeelieden die tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwamen. Oorspronkelijk was het kunstwerk bedoeld om in Rotterdam te plaatsen maar het kreeg uiteindelijk in 1974 een plaats in Vlissingen en het vormt als het ware het spreekwoordelijke orgelpunt van de lange wandelpromenade.



Van orgels gesproken...

Als onderdeel van de Atlantik Wall bouwde de Duitse bezetter in 1942 langs de kust van Walcheren een aantal verdedigingswerken die de Westerschelde zou moeten verdedigen tegen een geallieerde invasie. ‘Verteidigungsbereich Vlissingen’ bestond uit in totaal 7 bunkers. Twee ervan aan de Boulevard Evertsen die dienden als commandopost ‘Seekommandant Südholland’, waarvan de 623 Stp. Hohenstaufen bunker aan de kop van de Nollepier. Deze bunker vuurde over de pier richting de Boulevard.

Op deze bunker staat een uniek monument: een windorgel. Dit bijzondere instrument werd in 1975 eerst op het Nollestrand geplaatst  door het collectief Mass Moving. Tijdens een zware storm op 3 januari 1976 is het uit vijftig bamboestokken bestaande windorgel stukgewaaid en weggespoeld. Dankzij een gift kon het Wereld Windorgel in oktober 1976 worden herbouwd. Als nieuwe locatie werd gekozen voor de bunker. In 1981 werden acht bamboebuizen van het windorgel door vandalen omgezaagd, maar dankzij een inzamelingsactie kon deze bijzondere geluidssculptuur in 1983 op de Nollebunker worden herbouwd. Op de bunker naast de windorgel staat een 6,1 meter hoge stalen lichtopstand als baken voor het scheepvaartverkeer over de Westerschelde





 
 
 

Opmerkingen


bottom of page