Nederlands Kustpad - etappe 2a: van Cadzand-Bad naar Breskens
- 29 apr
- 9 minuten om te lezen
Het kunstwerk 'haaientand' dat ik bij het binnenwandelen van Cadzand-Bad kon bewonderen, heeft me getriggerd. Dat hier zomaar haaientanden te vinden zijn, dat wil ik niet zomaar geloven. Mijn nieuwsgierigheid bracht me (na het bekijken van het filmpje op de link van mijn vorige post) naar het strand. De wind zit me in de zeilen, want na een tijdje zoeken tussen de vele aangespoelde schelpen mocht ik (2 keer; zie foto) juichen!

Een fraai samenspel tussen land en zee, zilt en zoet, eb en vloed... En ook wat oorlog en vrede. Dat zijn de bijzondere ingrediënten van de komende etappe.
De mooie stranden van Cadzand-Bad
Ik vertrek onder een blauwe hemel en laat Cadzand-Bad achter me. Ben je ook benieuwd hoe dit gebied zich tot belangrijke badstad heeft ontwikkeld ?
De ontwikkeling van het toerisme

Cadzand-Bad is aan het einde van de 19de eeuw ontstaan uit het vissersdorpje Cadzand-Haven. Augustinus (Guust) Bernardus Albregts bouwde in 1866 op een duintop een boerderijwoning. Het werd het eerste badhuis, een soort hotel-café-restaurant, om de beau-monde van die tijd kennis te laten maken met de heilzame werking van het zilte zeewater en de zeelucht.
Het etablissement werd Badhuis gedoopt. Ook verscheen in die tijd bij Cadzand de eerste badkar. Met een paard ervoor kon een badgast in de koets een eindje het water in worden gereden om een zeebad te nemen.
In de jaren dertig kwam het toerisme in Cadzand-Bad pas echt goed op gang. Daar stonden toen al het Badhotel en hotel-café De Wielingen, dat in 1923 was gebouwd door Piet Faas. In de eerste helft van de jaren dertig werden nog eens vijf grote hotels gebouwd en verrezen er zomerhuisjes, villa’s en wafelbakkerijen in de duinen. (Meer info: Kuren in Cadzand-Bad - Zeeuwse Ankers)
Dat Guust Albregts een belangrijk figuur geweest is voor de toeristische ontwikkeling staat buiten kijf. In 2012 heeft de gemeente Sluis (waaronder Cadzand-Bad valt) hem eer betoond door een straatnaam naar hem te vernoemen: nl. de Stijn Albregtsstraat. Waarom 'Stijn Albregts'? Dit begrijp ik ook niet helemaal en ik vind er niet meteen een verklaring voor. Ofwel is Stijn de afkorting van 'Augustinus', niettegenstaande dit in teksten de korte naam 'Guust' gebruikt wordt. Of is het de naam van bijvoorbeeld zijn zoon? Ik vond niet meteen een verklaring...
De naam Cadzand dankt het meer landinwaarts gelegen dorp aan haar middeleeuwse oorsprong en verwijst naar de inpolderingsactiviteiten van Vlaamse monniken.
Vanaf het jaar 1100 legden die op dit voormalige eiland dijkjes ('cades') aan om de vruchtbare slikken in te polderen. Die polders werden in schillen rond het eiland aangelegd, tot dit uiteindelijk onderdeel werd van het vaste land. Zo behoort dit gebied tot één van de oudste polderlandschappen van Europa.
De mooiste en schoonste stranden van Nederland
De superlatieven zwaaien deze kustplaats rond de oren:
Cadzand-Bad is de meest zuidelijke badplaats van Nederland.
Zeeuws-Vlaanderen is de regio met de hoogst aantal zonuren van Nederland.
Cadzand-Bad had als eerste badstad van Nederland de Europese erkenning van 'heilzame zeebadplaats' van de European Spas Association. Slechts vier Nederlandse badplaatsen hebben deze bijzondere erkenning ontvangen: Cadzand-Bad, Texel, Domburg en Noordwijk. Deze erkenning benadrukt onder meer de kwaliteit van de natuurlijke omgeving aan zee (schone lucht, rust en open ruimte), het aanbod aan gezondheids- en wellnessvoorzieningen, de professionele zorg en preventieve diensten en een geïntegreerde aanpak van vitaliteit en herstel.
De vele erkenningen en superlatieven zijn terecht: het is hier een zalig plekje om te vertoeven. Het is echt genieten op deze 'lange strange' wandeling vanuit Cadzand-Bad richting Breskens.
Ik stap in de voetsporen van duizenden wandelaars die hier al mee stapten met de jaarlijkse ca. 17km Lange Strangetocht voor het goede doel langs de West-Zeeuws-Vlaamse stranden.
(meer info: https://langestrangetocht.nl/route/)
Nieuwvliet-Bad
De Verdronken Zwarte Polder
Eerst passeer ik nog een bijzonder kunstwerk, dat de Griekse letter 'delta' voorstelt, symbool van de strijd tussen land en zee. Het eiland van Cadzand is door de eeuwen heen verschillende keren overstroomd. Dit monument 'Storm en stilte in eb en vloed' herinnert aan de vele stormvloeden die dit gebied heeft geteisterd. Het bijzondere kunstwerk is van de hand van Pieter de Keuninck, een lokale ondernemer en kunstenaar die nauw verbonden is met Cadzand-Bad.
Het pad neemt een bocht van 90° en loodst de wandelaar mee in een prachtig natuurgebied. De Verdronken Zwarte Polder is letterlijk een in 1802 verdronken polder, die in 1623 was aangelegd. Dit gebied maakt nu als één van de 40 Geosites deel uit van het UNESCO Geopark Schelde Delta (meer info: UNESCO Geopark Schelde Delta en www.hetzeeuwselandschap.nl/natuurgebieden/verdronken-zwarte-polder
Het inpolderen van de polders rond Groede
Ik neem de wandelroute op de Zeedijk rondom het natuurgebied de Verdronken Zwarte Polders. Je kan er ook voor kiezen om door het natuurgebied te wandelen.
Op het einde van de Zeedijk komen de twee wandelopties terug samen. Hier zie je ook de straatnaam Adornisdijk, een dijk die naast Nieuwvliet-Bad de polders binnen gaat.

De naam Adornis doet bij mij een belletje rinkelen. Ook verderop bij de Baanstpolder leg ik een linkje naar de stad waar ik in mijn tiener-schooltijd vaak vertoefde: Brugge. Tijd om een beetje de geschiedenis in te duiken...

De inpoldering in Zeeuws-Vlaanderen begon in de 11de-12de eeuw, gestimuleerd door Vlaamse abdijen en later edellieden om land te winnen uit schorren en slikken.
De Graven van Vlaanderen, die het eigendomsrecht hadden over alle onontgonnen gronden, schonken deze "woeste" gronden (schorren en slikken) aan abdijen en trouwe edellieden om ze in cultuur te laten brengen.
Dankzij hun enorme kapitaal en organisatorische kracht konden zij op grote schaal dijken aanleggen en woeste schorren transformeren tot vruchtbare landbouwgrond. Via hun uithoven introduceerden de monniken innovatieve landbouwtechnieken en stimuleerden ze de wolproductie. Een uithof (in het Latijn een grangia) was een grote, zelfvoorzienende kloosterboerderij die op enige afstand van de eigenlijke abdij lag (zo bv. was Kloosterzande -uithof Hof te Zande- rond 1200 gesticht door de cisterciënzer monniken van de Abdij Ten Duinen uit het Vlaamse Koksijde.
Deze historische wortels zijn in Zeeuws-Vlaanderen nog altijd zichtbaar in de namen van dorpen, polders en wegen, die vaak rechtstreeks verwijzen naar de invloedrijke abdijen of de edelheren die de opdracht gaven voor de inpoldering.
Hier in deze omgeving is er de Adornespolder, de Adornisdijk, de Baenstpolder, de Sint-Bavodijk (~Sint-Baafsabdij)...
De families Adornes en de Baenst behoorden in de 15e en 16e eeuw tot de absolute top van de Brugse samenleving. Beide families leverden verschillende burgemeesters, schepenen en diplomaten die dienden onder de Bourgondische hertogen. Ze bouwden in Brugge imposante gebouwen als statussymbool. De familie De Baenst liet het Hof van Sint-Joris aan de Oude Burg optrekken, terwijl de Adornes het bekende Adornesdomein (een nu nog te bezichtigen uniek middeleeuws domein met de Jeruzalemkapel) stichtten. (meer info: Adornesdomein - Adornesdomein & Jeruzalemkapel)
De twee families zijn door strategische huwelijken ook nauw met elkaar verbonden. Marie Adornes trouwde met Joos de Baenst, die net als zijn schoonvader Anselm Adornes op bedevaart naar Jeruzalem trok.
Jan Adornes (1494 – 1537) was burgemeester van Brugge en polderindijker. Jan had weinig of geen belangstelling voor de internationale handel en legde zich vooral toe op de ontwikkeling van zijn grondbezit. Zoals andere welstellende Bruggelingen (De Baenst, Lauwerijns, Metteneye) interesseerde hij zich voor het vruchtbaar maken van poldergrond. Hij richtte hiervoor zijn belangstelling op gronden gelegen in West-Zeeuws-Vlaanderen, waar ook eigendommen lagen van zijn schoonfamilie Metteneye. In 1529 sticht Jan Adornes de Heerlijkheid van Nieuwvliet. (meer info: www.voetscadzand.nl/Historie/images1400-1900/1527heerlijkheidnieuwvliet.html)
De heren de Baenst werden specialisten in het indijken van polders en werden hierdoor behoorlijk rijk. De indijkingen deden ze in de eerste plaats om zelf gronden te winnen, maar ze deden het ook in opdracht van anderen, onder meer van kloosters en abdijen. Met de opbrengsten waren ze onder meer aankopers van feodale heerlijkheden, wat hun aanzien en invloed in de maatschappij vergrootte. Hun oorspronkelijke thuis, die hun uitvalsbasis werd, was Cadzand en Sluis. Van daaruit breidde de familie zich uit over het gehele Brugse Vrije en kreeg zij ook voet aan de grond in Brugge en werd opgenomen in de intieme kring van raadgevers van de hertog van Bourgondië. (meer info: https://voetscadzand.nl/Historie/images-1400/debaenst.html)
De Cletemspolder ... made by Jacob Cats
Mijn tocht gaat door een prachtig stukje natuur: de Cletemspolder. Ooit -na een overstroming- her-ingepolderd door ene Jacob Cats (1577-1660), een (in Nederland) bekende dichter en jurist. Hij kreeg de bijnaam 'Vadertje Cats' wegens zijn spreuken met vaak belerende of moraliserende (onder)toon. Een ook bij ons bekende spreuk van Cats is: "Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is."
Cats stamde uit een welgestelde Zeeuwse familie. Toen zijn werk als advocaat in Den Haag hem rond 1611 steeds meer vrije tijd liet, ging hij zich samen met zijn broer aan zijn Zeeuwse bezittingen wijden. Ze realiseerden heel wat inpolderingsprojecten, o.a. ook in opdracht van de Gentse Sint-Pietersabdij. De gebroeders Cats wisten met hun activiteiten om in groote ernst van water landt te maecken een fortuin te vergaren.
Jacob Cats op het Groese duin
'Siet, aenwas is een dingh, dat sonder ons gevoelen
Komt stijgen uijt de see en aen den oever spoelen.
Al schijnt het eerst maer sant en niet dan enckel blick,
Het neemt gedurigh toe. en wert ten lesten slick,
En daerna wast er gras; een stel van hondert schapen,
Die kander naderhant haer noodigh voetsel raepen,
Totdat het op het lest verandert sijnen naem.
En even mettertijt tot dijcken is bequaem.'
In Jarig Leeven, J. Cats twee en tachtig
Boven de Cletemspolder is er op de dijk een uitkijkpunt met een gedicht van Jacob Cats ingebed in de grond. Ook in Groede brengt men eer aan hun bekende historische figuur met een standbeeld naast de Grote Kerk.
Mijn wandeling brengt me doorheen de Cletemspolder. Dit prachtige stukje recreatienatuur heeft een spannende en avontuurlijke inrichting met onder andere een trekvlot, vlonderpaden en stapstenen om het water over te komen. Het kind in me komt even boven :-)
Oorlogserfgoed: elementen van de Atlantikwall
Het Zeeuwse polderlandschap kan me echt bekoren. Na de speelse elementen op het wandelparcours trekken de wolkenpatronen die zich tegen de blauwe lucht aftekenen mijn aandacht.
Tot mijn aandacht terug naar beneden wordt getrokken, als in het landschap plots een bunker opduikt. Ik ging bewust even van de LAW 3 af omdat ik nieuwsgierig was naar het oorlogserfgoed in Groede Podium waarover ik gelezen had. Welnu, een ommetje meer dan waard!


Als stille getuigen van de Tweede Wereldoorlog liggen in het openluchtspeelpark Groede Podium de bunkers van het voormalige Stützpunkt Groede.
Deze betonnen kolossen werden in 1942 tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd als onderdeel van de Duitse Atlantikwall, de Duitse verdedigingslinie langs de Europese kust. (meer info: Atlantikwall-Museum - Home)
Wat deze locatie uniek maakt, is dat het 'Stützpunkt' (het strategisch knooppunt) werd aangelegd als een gecamoufleerd dorp: om niet op te vallen in het open weidelaandschap, werden de bunkers voorzien van daken en geschilderde ramen. Zo leken de zwaar bewapende stellingen op afstand gewone huisjes of stallen.

Achter deze gevels ging echter een geduchte artillerie-eenheid schuil. Zo'n 250 militairen bedienden hier vijf kanonnen met een bereik van 18 kilometer, ondersteund door mijnenvelden, luchtafweer en mitrailleursnesten. Het complex was volledig zelfvoorzienend met een eigen keuken, ziekenzaal en munitieopslag.

Jarenlang lagen de bunkers verscholen onder aarde en struikgewas, maar tegenwoordig zijn ze weer zichtbaar en vormen ze, inclusief de authentieke schilderingen, een fascinerend onderdeel van het park.
Breskens in zicht...

In het nieuwe natuurgebied Waterdunen komt alles samen: zilte getijdennatuur, recreatie, kustverdediging en een proeftuin voor zilte teelten. Tijdens mijn doortocht kom ik verschillende vogelkijkhutten en kijkschermen tegen. Dit prachtige natuurgebied is in 2022 geopend en nog altijd volop in ontwikkeling.
(meer info: Waterdunen is een uniek getijdengebied)
Deze plek heeft echter een grote geschiedenis. Op deze plaats liet Napoleon omstreeks 1810 een fort bouwen, waarover ik straks nog meer zal vertellen. In 1952 werd op deze plek een camping Napoleonhoeve opgericht. In 2012 werd deze camping ontruimd. Het natuurgebied Waterdunen kwam hier in ontwikkeling.
Ik klim de hoge duinen weer op en kan opnieuw de Noordzee zien, maar ook de Westerschelde komt steeds dichterbij. Aangezien het een heldere dag is, is ik ook de skyline van Vlissingen heel scherp te zien.

Maar eerst sta ik vol bewondering voor de prachtige, 28meter hoge en sterk beeldbepalende vuurtoren uit 1868. Het is de oudste nog bestaande gietijzeren vuurtoren van Nederland. Deze vuurtoren - vuurtoren Nieuwe Sluis genoemd- maakt deel uit van een reeks lichten die het einde van de Schelde markeren en het scheepvaartverkeer tussen de Noordzee en Antwerpen begeleiden.
(meer info: Vuurtoren – Vuurtoren Breskens)
Iets verderop zie je heel wat beton: dit is de betonnen deltadijk en deltamuur waarmee Breskens wordt beschermd tegen de zee. De bouw van deze muur kaderde in het nationale deltaproject 'Zwakke Schakels'.
Bij deze werken werd teruggegrepen naar een stuk geschiedenis, nl. naar het fort dat Napoleon hier in 1810 liet bouwen. Dit Fort Impérial -want zo noemden de Fransen het- was onderdeel van de Stelling van Breskens. Aanleiding voor de bouw was de invasie van de Engelsen in 1806. Napoleon Bonaparte wilde met de stelling de Schelde beheersen.

Verschillende legers gebruikten doorheen de jaren het fort en veranderden het van naam.
In 1814 kwam het fort in handen van het Nederlandse bestuur en kreeg het de naam Fort Frederik Hendrik. Pas na de Belgische afscheiding in 1830 werd het fort opnieuw in gebruik genomen en uitgebreid. Later werd dit fort nog eens versterkt toen het onderdeel werd van de Atlantikwall in de Tweede Wereldoorlog.
De nieuwe deltamuur volgt de contouren van het oude fort Frederik Hendrik en verbindt daarmee het verleden met het heden. De boog in de deltadijk toont aan waar de kanonnen (onder de naam Stützpunkt Hendrik als onderdeel van de Atlantikwall) in een boog opgesteld stonden tegen de Engelse aanvallen.
Op de deltamuur zijn, naast een contour van het fort, ook de verschillende benamingen te lezen die het fort in het verleden had en worden ook belangrijke momenten uit de geschiedenis van deze site aangegeven.

Het zien vertrekken van de overzetboot vanuit Breskens naar Vlissingen brengt wat nostalgie naar boven. Ik zie nog het beeld voor me dat ik samen met mijn ouders op een zondagse gezinsuitstap deze boot nam. Vlissingen leek toen zo ver weg...

Aangekomen in het centrum van Breskens vliegen de rode pinguïns de bezoeker rond de oren. Ik ga op verkenning en bij de volgende etappe vertel ik je meer.
Praktische gegevens: 17,5 km, gewandeld op maandag 27 april 2026








































Opmerkingen