Inzetten op laagdrempelige bewegingsmogelijkheden!


"Het nieuwe basketbaldoel in de publieke ruimte aan de jeugdlokalen Beukendreef is een mooi voorbeeld van een laagdrempelige bewegingsmogelijkheid!", aldus schepen van sport Patricia Waerniers en jeugdschepen Ruben Strobbe. "Aangezien de inrichting van de publieke ruimte een grote invloed heeft op hoeveel wij bewegen tijdens onze vrije tijd, willen we inzetten op het beweegvriendelijk maken van de publieke ruimte."

Bewegen is gezond. Helaas bewegen kinderen*, volwassenen** en ouderen vaak te weinig op school, op het werk of in hun vrije tijd. Een beweegvriendelijke publieke ruimte kan hen stimuleren om meer te bewegen.

Een basketbaldoel op een pleintje, een pingpongtafel in een park, een bewegwijzerde loop- of wandellus in een wijk of een voetbaldoel op een grasveld… Het zijn maar voorbeelden van mogelijke beweegvriendelijke ingrepen waarmee we meer inwoners willen in beweging zetten!

En wie weet… worden uit dit zogenaamde pleintjesvoetbal (~streetsoccer) of pleintjesbasket ook sterren geboren als Dembele en Nainggolan. Ook zij trapten voor het eerst tegen een bal op een ‘sjotveldje’ in hun buurt!



Beweegvriendelijke publieke ruimte


De inrichting en de bereikbaarheid van de publieke ruimte zijn twee factoren die een grote invloed hebben op de keuze voor actieve vrije tijd. Investeren in de inrichting en bereikbaarheid van beweegvriendelijke publieke ruimte is belangrijk voor alle bevolkingsgroepen.


Zeker voor groepen met een lage socio-economische status is het belang het grootst: zij zijn voor hun actieve vrijetijdsbesteding vaak sterk afhankelijk van de nabije publieke ruimte omdat zij meestal niet over een eigen tuin beschikken, of omdat de drempels tot een gestructureerd vrijetijdsaanbod voor hen te hoog zijn (bv. lidgeld van een sportclub).

Het is voor een lokale overheid dus zeker een meerwaarde om te investeren in kwaliteitsvol ingerichte en kosteloze ontspanningsplekken en -mogelijkheden dicht bij huis.

(uit https://www.gezondleven.be/settings/gezonde-gemeente/gezonde-publieke-ruimte/actieve-vrije-tijd)



Beweeg- en sportplekjes ‘dicht bij huis’


“Een wandeling in het groen? Een balletje trappen? Een uurtje petanquen? Je wil op eigen houtje gaan bewegen ergens in jouw buurt? Welnu, er ligt ongetwijfeld wel een park of een sportveldje in jouw omgeving. Maar misschien is dit nog niet optimaal uitgerust of kan deze zone met een kleine ingreep een goede bewegingsplaats worden?”


De komende jaren wil het gemeentebestuur van Beernem inzetten op het creëren en/of ontsluiten van laagdrempelige bewegingsmogelijkheden ‘dicht bij huis’, en dit door de zgn. ‘publieke ruimte’ bewegingsvriendelijk te maken (zie Meerjarenplan 2020-2025: actieplan 16.5).

De inrichting van de publieke ruimte heeft immers een grote invloed op hoeveel wij bewegen tijdens onze vrije tijd. Een publieke ruimte die uitnodigt tot bewegen in de vrije tijd, is een publieke ruimte met toegankelijke speel- en sportterreinen, laagdrempelige bewegingsmogelijkheden, een toegankelijke natuur waar mensen elkaar kunnen ontmoeten enzoverder.





*Nog geen tien procent van de Vlaamse jeugd van zes tot zeventien jaar beweegt voldoende elke dag. Dat blijkt uit het Vlaamse beweegrapport dat door onderzoekers van de KU Leuven en UGent is opgesteld. Elke dag zestig minuten matige tot intensieve beweging, dat is de norm die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voorschrijft voor kinderen en jongeren. Van de Vlaamse kinderen tussen zes en negen jaar haalt zeven procent deze richtlijn. Bij de adolescenten (tien tot zeventien jaar) is dat zelfs minder dan drie procent, zo blijkt uit onderzoek van de KU Leuven in samenwerking met de UGent, Sciensano en het Vlaams Instituut Gezond Leven. (november 2018)


**Wereldwijd zijn meer dan 1 op 4 mensen te weinig fysiek actief. Met 37% is het aandeel inactieve mensen in Westerse landen nog een pak hoger. Ook België scoort slecht. Dat blijkt uit een grootschalige studie in 168 landen. België volgt immers dit gemiddelde met 35,7%. Nederland scoort beter en nestelt zich rond het mondiale gemiddelde van 27%. Opvallend: Belgische vrouwen (41%) zijn vaker inactief dan Belgische mannen (31%). Een gekend pijnpunt, dat ook al vastgesteld werd in andere studies. Met ‘onvoldoende bewegen’ bedoelt men minder dan 150 minuten matig intensief, of minder dan 75 minuten hoog intensief bewegen per week, of minder dan een combinatie van beide (doe je 1 minuut hoog intensief bewegen, dan telt die dubbel) . (WHO, september 2018)